
Deze foto is van mijn grote trots, de kastanjeboom die in mijn huiskamer groeit. Hij ligt nog letterlijk in de watten, tot 'ie groot en sterk genoeg is (en ik zijn definitieve bestemming heb bepaald) om 'em te planten.
Waarom ik een kastanjeboom kweek, heeft drie redenen.
Eind vorig jaar
hoorde ik dat de vader van een goede vriend was overleden. Don was als een oom voor me, en ik mis hem enorm. Toen ik het slechte nieuws kreeg, spoedde ik naar buiten voor een ferme wandeling in de koude, frisse lucht. Ik raapte een bolster op, die enigszins geopend was, en stak 'em in mijn zak. Eenmaal thuis handelde ik uit automatisme: kastanje in watjes, nat maken, in een glas, voor het raam, terug naar de orde van de dag.

Een boom voor Don leek me een nobel streven. Toen ik vijf jaar oud was, logeerde ik met mijn ouders en broer voor een lang weekend op een boerenerf. Daar leerde ik Esther Geuting kennen (Esther, als je dit leest....!), ze was even oud. Aan het einde van de vakantie gaf ze me een kastanje waaruit een scheut groeide, in watjes in een boterhamzakje. Die ging thuis gelijk in de achtertuin, waar het in zeven jaar ontwikkelde tot een stevig boompje. Mijn vader tegelde er keurig omheen, het was mijn grote trots. Tot we gingen verhuizen. Papa had gelijk, toen hij me op het hart drukte dat je bomen niet kunt verplanten. We lieten hem staan. Een week later kwamen we terug naar het huis omdat mijn ouders nog wat zaken moesten afwikkelen. De nieuwe bewoners hadden de boom uit de grond gerukt en in de container geflikkerd. Knak, zei mijn ziel.
Het is alweer twee jaar geleden dat ik Nobelprijswinnares voor de Vrede
Wangari Maathai interviewde. Na afloop van het gesprek beloofde ik uit naam van de vrede een boom te planten. Het is er nooit van gekomen (understatement voor: ik ben een lui varken).
Tijd om het goed te maken, denk ik nu. Mijn zelfgekweekte kastanjeboom groeit uit tot een fraai exemplaar. Uit naam van Don, Esther en Wangari (en de vrede) zal het een mooi plekje in Londen krijgen. Hopelijk in mijn eigen -
nog te vinden - achtertuin. Waar niemand het me kan afpakken.